De betekenis van openlijke geweldpleging. - Venlex Advocaten Venlo | Strafrecht, huurrecht, civielrecht, schuldsanering
16403
post-template-default,single,single-post,postid-16403,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,side_area_uncovered_from_content,qode-theme-ver-9.4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

De betekenis van openlijke geweldpleging.

De betekenis van openlijke geweldpleging.

De Hoge Raad heeft medio 2018 een arrest gewezen dat uitleg geeft over het bestanddeel ‘openlijk’ in openlijke geweldpleging (artikel 141 WvSr). De Hoge Raad stelt vast dat sprake is van ‘openlijk geweld’ als het geweld zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard, zodat daardoor de openbare orde is aangerand, zonder dat evenwel is vereist dat ten tijde en ter plaatse van het plegen van het geweld publiek aanwezig was of dat er toen en daar feitelijk vrije toegang en zicht op wat er gebeurde bestond.

De Hoge Raad eist nadrukkelijk een verstoring van de openbare orde door de geweldpleging. Het gaat er volgens de Hoge Raad in de kern om dat de geweldpleging zich op zodanige wijze en op zodanige plaats moet hebben voltrokken dat de openbare orde is verstoord. Of daarvan sprake is, is mede afhankelijk van het antwoord op de vraag of bij de geweldpleging in zekere zin willekeurig publiek aanwezig was of had kunnen zijn. Deze (mogelijke) aanwezigheid van publiek verdient in het bijzonder aandacht als het gaat om geweldpleging op plaatsen die niet voor eenieder toegankelijk zijn. Voorts kan de mate van verstoring van de normale gang van zaken van belang zijn.

De Hoge Raad verlangt een nadere motivering van de bewezenverklaring van het bestanddeel ‘openlijk’ in niet-evidente gevallen. De Hoge Raad geeft voorbeelden van evidente gevallen waarbij kennelijk een nadere motivering achterwege mag blijven. Evidente gevallen zijn bijvoorbeeld geweld gepleegd op of aan de openbare weg (HR 26 juni 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC6636) of gewelddadige handelingen in de voortuin van een woning gelegen aan de openbare weg (HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1050). Anders wordt dat als die openbare weg wegens een aldaar geldend verbod niet vrij toegankelijk is tussen bijvoorbeeld zonsondergang en zonsopkomst en het geweld in die periode is gepleegd, dan moet een nadere motivering volgen over de feitelijke publieke toegankelijkheid en de nabijheid van woningen (HR 7 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2809). Daarnaast geldt dat in een niet-openbare ruimte (de Hoge Raad geeft de aula van een school als voorbeeld) het van belang is in hoeverre die ruimte ten tijde van het ten laste gelegde toegankelijk was, ook voor personen die niet in een relatie stonden tot de onderwijsinstelling (HR 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:20). Als tweede voorbeeld geeft de Hoge Raad een treincoupé, waarbij de Hoge Raad opmerkt dat het openbaar vervoer in beginsel, zij het tegen betaling, voor eenieder toegankelijk is. De Hoge Raad concludeert vervolgens dat het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt en toereikend is gemotiveerd.

De plaats waar het geweld heeft plaatsgevonden speelt derhalve een belangrijke rol. Er is sprake van ‘openlijk’ geweld, als het geweld heeft plaatsgehad in een openbare ruimte of in een ruimte die voor het publiek toegankelijk is. Daardoor is immers de openbare orde verstoord. Zonder dat daarbij overigens vereist is dat er daadwerkelijk publiek aanwezig was of dat er feitelijk vrije toegang en zicht op wat er gebeurde bestond, maar wel of bij de geweldpleging willekeurig publiek aanwezig had kunnen zijn. Daarnaast kan er ook sprake zijn van openlijk geweld als dat geweld zich heeft afgespeeld in een niet-openbare ruimte of in een niet voor publiek toegankelijke plaats. In vooromschreven geval vormt de potentiële waarneembaarheid van het geweld en de omvang van het potentieel aanwezige publiek een aandachtspunt. Van belang wordt dan bijvoorbeeld of deuren en ramen openstonden en of er in die ruimte ‘niet-genodigden’ aanwezig waren. Want ook dan is de openbare orde verstoord.