De eigen woning bij echtscheiding (de aftrekbaarheid van hypotheekrente). - Venlex Advocaten Venlo | Strafrecht, huurrecht, civielrecht, schuldsanering
16396
post-template-default,single,single-post,postid-16396,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,side_area_uncovered_from_content,qode-theme-ver-9.4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

De eigen woning bij echtscheiding (de aftrekbaarheid van hypotheekrente).

De eigen woning bij echtscheiding (de aftrekbaarheid van hypotheekrente).

In het kader van een echtscheiding komt het regelmatig voor dat één van de partners de echtelijke (koop)woning verlaat en de andere echtgenoot – al dan niet samen met de kinderen – in de woning blijft wonen. De vraag is dan altijd: wie betaalt de hypotheeklasten? En als die hypotheeklasten door één van de (ex)partners wordt betaald terwijl de ander daar niet meer woont, hoe zit het dan met de hypotheekrente aftrek?

Op deze laatste vraag heeft de Hoge Raad, de hoogste rechterlijke instantie in Nederland, op 16 november 2018 (nogmaals) een antwoord gegeven. Deze uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor veel mensen die te maken hebben met een woning in een scheidingssituatie. Vandaar dat ik hier deze uitspraak wil behandelen.

De feiten

In de betreffende zaak die aan de Hoge Raad werd voorgelegd was sprake van de volgende situatie. De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij bezaten samen een woning waarvan zij ieder voor de helft eigenaar waren. Ook was er een hypotheek afgesloten met de man en de vrouw beiden als schuldenaar.

Partijen scheiden in 2009 en in augustus van dat jaar verlaat de vrouw de woning. De man blijft achter in de woning en betaalt de lasten van deze woning door, waaronder de hypotheekrente. Er wordt in het kader van de echtscheiding geen echtscheidingsconvenant opgemaakt. Ook wordt de woning niet verdeeld in de zin dat het volledige eigendom aan de man wordt overgedragen.

In de procedure die werd gevoerd over de door de man te betalen alimentatie werd door het hof geoordeeld dat bij het berekenen van het bedrag dat de man aan alimentatie aan de vrouw kon betalen, er rekening mee werd gehouden dat hij de volledig hypotheeklasten betaalde, dus ook het deel dat betrekking had op het aandeel van de vrouw in het huis.

De man gaf dit deel van de door hem betaalde hypotheeklasten in zijn  belastingaangifte op als alimentatieverplichting. Hij betaalde immers niet alleen alimentatie voor de vrouw maar betaalde tevens haar deel van de kosten van de woning die hij nog samen met de vrouw bezat.

De belastingdienst accepteerde dat niet een streepte deze aftrekpost uit de aangifte waarmee de man dus over de helft van de door hem betaalde hypotheekrente geen fiscale aftrek ontving.

De man was het hier niet mee eens en procedeerde door tot de Hoge Raad.

De vraag

De vraag is of de voor de andere mede-eigenaar, die niet in de woning woont, betaalde hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is als alimentatie.

Het antwoord

Betaalde hypotheekrente voor een eigen woning – dat wil zeggen een woning waar degene die betaalt ook zelf woont – is fiscaal aftrekbaar, maar alleen voor het deel van de kosten dat gelijk is aan het percentage waarvan de betaler eigenaar is. Met andere woorden, als je 50% eigenaar bent, krijg je ook maar fiscale aftrek voor 50% van de kosten. Tot zover was in deze uitspraak niets aan de hand.

Daarnaast is in artikel 6.3 van de Wet IB (inkomstenbelasting) 2001 bepaald dat eveneens aftrekbaar zijn periodieke uitkeringen mits die rechtstreeks uit het familierecht voortvloeien en een verplichting inhouden tot het doen van een uitkering of verstrekking. Met andere woorden iets is alleen als alimentatie aftrekbaar als hiertoe een wettelijk verplichting bestaat.

Achtereenvolgens oordeelde het Gerechtshof en de Hoge Raad dat de door de man betaalde hypotheekrente voor het aandeel van de vrouw in de woning, geen rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting was en dus niet aftrekbaar is als alimentatie.

De Hoge Raad oordeelde dat de vraag of bij rechtelijke uitspraak of overeenkomst een uitkering tot levensonderhoud (alimentatie) is toegekend, aan de hand van objectieve maatstaven moet worden beoordeeld. Daarbij speelt dat de vraag of tussen partijen een afspraak en daarmee een verplichting tot het betalen van alimentatie (al dan niet in vorm van hypotheekrentebetalingen) bestaat moet worden beoordeeld aan de hand van de vraag wat partijen hebben bedoeld met hun afspraken en welke verwachtingen ze over en weer mochten hebben.

De Hoge Raad oordeelde in deze zaak – waarin tussen partijen niets expliciet was afgesproken over het betalen van hypotheekrente als vorm van alimentatie – dat de enkele omstandigheid dat bij het bepalen van de draagkracht door de rechter rekening is gehouden met het betalen van de volledige woonlasten, dit niet betekent dat hierdoor sprake is van een wettelijke verplichting tot het doen van een uitkering tot levensonderhoud. Dus een dergelijke betaling is niet fiscaal aftrekbaar.

Wat betekend deze uitspraak?

Deze uitspraak van de Hoge Raad maakt nog maar eens duidelijk dat wanneer voor een ander hypotheekrente wordt betaald, dit niet zonder meer leidt tot een fiscale aftrekpost. Het gaat er om dat er duidelijke afspraken gemaakt moeten worden wie de woonlasten betaalt, maar ook dat als dat voor een ander wordt betaald, dat dit een vorm van alimentatie is. Een duidelijk afspraak op dit punt kan problemen zoals in voornoemde uitspraak voorkomen.

Deze uitspraak toont ook aan dat het goed is dat in een kader van een echtscheiding de afspraken schriftelijk worden vastgelegd. Bijstand van een gespecialiseerde echtscheidingsadvocaat is daarbij zeker geen luxe.

Heeft u te maken met een eigen woning bij scheiding, neem dan vrijblijvend contact met ons op.