Fikkie vaak 'de gebeten hond'! Over 'omgangsregelingen' met de hond. - Venlex Advocaten Venlo | Strafrecht, huurrecht, civielrecht, schuldsanering
16385
post-template-default,single,single-post,postid-16385,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,side_area_uncovered_from_content,qode-theme-ver-9.4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Fikkie vaak ‘de gebeten hond’! Over ‘omgangsregelingen’ met de hond.

Fikkie vaak ‘de gebeten hond’! Over ‘omgangsregelingen’ met de hond.

Dat er in echtscheidingsprocedures veelvuldig wordt gevochten om de kinderen is veel mensen inmiddels wel bekend. Maar ook de gemeenschappelijke hond is vaker dan men denkt een onderwerp van ruzies en zelfs van procedures tussen ex partners. Een huisdier en zeker een hond is voor veel mensen immers een lid van het gezin. Hier een paar voorbeelden:

Honden zijn geen kinderen, maar hebben ook gevoelens

Op 5 maart 2018 werd er door de rechter van de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een kort geding dat draaide om een 4 jaar oude Golden Retriever. Partijen hadden 4 jaar een relatie gehad en tijdens deze relatie werd de betreffende hond gekocht. Partijen hadden via de notaris laten vastleggen dat ze beiden voor de helft eigenaar waren van de hond. Na het verbreken van de relatie verbleef de hond in eerste instantie de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw. Dit heeft enige tijd geduurd waarna de vrouw heeft besloten de hond bij zich te houden omdat de man veel werkte en in een caravan verbleef. Nog diezelfde maand heeft de man tijdens een jachttraining waar de vrouw met de hond was, de hond naar zich toegefloten en is me de hond vertrokken. Sindsdien verblijft de hond bij de man. De vrouw verzoekt afgifte van de hond voor de periode van 1 jaar om daarna weer de regeling van om de week op te pakken.

Hoewel honden en kinderen natuurlijk niet hetzelfde zijn en anders dan in het geval van kinderen voor honden niet expliciet iets geregeld is in de wet, moet een rechter die met een vordering als deze wordt geconfronteerd, wel een beslissing nemen. De rechtbank doet dat ook maar dan aan de hand van de regels die ook voor andere goederen (bijvoorbeeld de auto of een meubelstuk) gelden. Dit noemen we een beheersregeling. De rechter kan bepalen door wie en op welke wijze een goed dat gemeenschappelijk eigendom is mag worden gebruikt.

Maar anders dan bij niet levende goederen, wordt er bij de hond toch wel degelijk rekening gehouden met zijn belangen. Sterker nog, de rechtbank laat de belangen van de hond in kwestie het zwaarste wegen. Daarmee vertoont de oplossing die de rechtbank heeft gekozen, toch wel weer overeenstemming met de regeling omtrent omgang met kinderen.

De rechtbank overweegt dat de hond inmiddels al een jaar bij de man verblijft en dat hij er moeite mee zal hebben om de ene week bij de ene partij en de andere week bij de andere partij te verblijven. De rechtbank stelt dat men daarvoor geen hondenexpert moet zijn. Er zullen wisselende huishoudens, regels (de rechtbank spreekt zelfs van opvoedstijlen!) en routines zijn waar de hond misschien wel mee zou kunnen omgaan, maar als partijen niet goed kunnen overleggen zal dat voor spanningen zorgen die schadelijk zijn voor de hond. Om de hond hier niet aan bloot te stellen, wordt er – ondanks dat vast staat dat de vrouw van de hond houdt, goed voor hem zou kunnen zorgen en ook gemeenschappelijk eigenaar is – geen beheersregeling vastgesteld.

Een hond haal je niet uit zijn vertrouwde omgeving 

In 2013 moest de rechtbank Limburg zich ook al eens uitlaten wie de hond zou krijgen na de scheiding. Daarbij overweegt de rechtbank dat de hond onderdeel uitmaakt van de gemeenschap van goederen en daarom voor verdeling in aanmerking komt. Bij de belangenafweging van wie de hond toegedeeld krijgt, spelen ook hier de belangen van de hond een belangrijke rol. De rechtbank overweegt dat het niet in het belang is van de hond om hem na 1,5 jaar weer uit zijn vertrouwde en veilige omgeving te halen en dat het niet voldoende zeker is dat de man goed genoeg voor de hond kan zorgen en de hond kan worden opgevangen. De hond wordt dan ook aan de vrouw toegedeeld.

De prinses beslist

Overigens is wel van belang eerst vast te stellen wie eigenaar is van de hond. In bovenvermelde zaken waren partijen gezamenlijk eigenaar. In dergelijke gevallen kan de rechtbank een beheersregeling vaststellen (partijen blijven dan samen eigenaar) of de verdeling vaststellen en bepalen aan wie de hond wordt toebedeeld (in dat geval wordt één van de partijen alleen eigenaar).

In situaties waarin slechts één iemand eigenaar van de hond is, komt de rechter niet toe aan verdelen of het vaststellen van een beheersregeling. Een bekend voorbeeld is de kwestie tussen Prinses Margarita en haar ex Edwin de Roy van Zuydewijn. In 2006 oordeelde de rechter dat van het vaststellen van een omgangsregeling tussen De Roy van Zuydewijn en de hond van Prinses Margarita geen sprake kon zijn. De hond was immers alleen eigendom van de prinses en haar ex kan hier geen aanspraak op maken, ook niet indien hij aan het goed in kwestie (de hond) was gehecht. Ook het feit dat het om een levend wezen gaat en de vraag waar de hond het beste af is, spelen geen enkele rol in de beoordeling van de rechter. Expliciet overweegt de rechtbank dat de vergelijking met de omgang met kinderen niet opgaat, omdat kinderen – anders dan een hond – geen eigendom zijn. De prinses mocht dus beslissen wat er met de hond gebeurde.

Toch een omgangsregeling

Het is overigens niet zo dat er nooit “omgangsregelingen” (correct juridisch beheersregelingen) worden uitgesproken met betrekking tot huisdieren en in het bijzonder de hond. Natuurlijk kunnen twee baasjes dit zelf overeenkomen, dan is er natuurlijk niets aan de hand. Maar als deze regeling dan wordt stopgezet kan het voorkomen dat de rechter oordeelt dat de “omgangsregeling” toch moet worden nagekomen. Zo veroordeelde de rechtbank Overijsel in 2016 een vrouw om een overeengekomen omgangsregeling tussen de hond en haar ex na te komen omdat de hond aan deze regeling gewend was. De rechtbank overweegt expliciet dat de hond last heeft van het gedrag van zijn baasjes en dat het aan deze “baasjes” is om de situatie voor de hond op te lossen, door zich te gedragen en de omgang soepel te laten plaatsvinden.

Dit is slechts een klein greep uit uitspraken waarbij de hond het lijdend voorwerp is. Wie een beetje zoekt vindt de nodige uitspraken met betrekking tot de trouwe viervoeter en men mag hopen dat alle baasjes in de toekomst in staat zullen zijn ook in het belang van hun hond een oplossing te vinden. Anders komen er nog meer zaken waarbij vooral Fikkie de gebeten hond zal zijn.